Het Kooikerhondje

Land van herkomst: Nederland

Uiterlijke kenmerken:
Lichaam: de lichaamsbouw van de Kooiker is iets langer dan hoog, met een sterke rug, een diepe borst en goed gewelfde ribben. De staart reikt tot aan de hakken en wordt horizontaal tot vrolijk gedragen, maar niet gekruld. De voorbenen zijn recht en de sprongen zijn voldoende gehoekt. De hals is recht en krachtig gespierd.
Hoofd: de schedel is voldoende breed en matig gewelfd. Voorsnuit en schedel zijn even lang, gescheiden door een duidelijke, maar niet te diepe stop. Ook de snuit is van opzij gezien niet te diep en de lippen mogen niet overhangen. De oren zijn matig groot en worden hangend, tegen de wangen aan gedragen. De amandelvormige ogen hebben een vriendelijke en attente uitdrukking. Kooikerhondjes hebben normaal gesproken een schaargebit, maar een tanggebit is toegestaan.
Schouderhoogte: de schouderhoogte ligt tussen de 35 en 40 centimeter.
Gewicht: Kooikerhondjes wegen ongeveer 10 kilo, reuen over het algemeen iets meer.
Vacht: deze honden hebben een middellange, licht golvende tot sluike vacht, die goed moet aansluiten en niet mag krullen. Het onderhaar moet goed ontwikkeld zijn. De voorbenen zijn bevederd, maar niet te zwaar. De oren en staart zijn lang behaard. hetzelfde geldt voor de broek, maar onder de sprong moet het haar kort zijn.
Kleuren: het ras wordt gefokt in een witte vachtkleur met duidelijke en heldere oranjerode platen. De kleur moet overheersen. Men ziet liever geen witte haren op de oren. De oorpunten zijn bij voorkeur zwart van kleur. Deze zwarte flosjes worden ‘oorbellen’ genoemd en vormen een typisch raskenmerk. Op tentoonstellingen gaat de voorkeur uit naar honden met gekleurde wangen en een witte bles. De neus is altijd zwart en de ogen zijn donkerbruin.

Aard
Karakter: deze intelligente en leergierige hondjes zijn levendig, sportief, attent en moedig. Ze zijn daarnaast ook behoorlijk gevoelig en niet altijd gemakkelijk te doorgronden. Ze blaffen zelden, maar laten hun stem beslist horen als er visite komt of onraad is. Ze hechten zich sterk aan hun eigenaar(s).
Sociale aanleg: het Kooikerhondje gaat doorgaand goed om met andere honden. De omgang met katten en andere dieren zal geen problemen opleveren, mits de hond van jongs af aan aan deze dieren gewend is geraakt. Het Kooikerhondje is alles behalve een allemansvriend; ten opzichte van vreemden stelt dit ras zich terughoudend en ook wel wat waakzaam op. Bekenden van de familie worden echter enthousiast begroet. Ze laten zich van kinderen niet alles welgevallen. Als speelkameraadje voor jonge of drukke kinderen wordt dit ras in de regel dan ook minder geschikt geacht.

Omgang
Verzorging: het Kooikerhondje heeft weinig vachtverzorging nodig. Borstel de vacht regelmatig en kijk de gehoorgang regelmatig na op vuiligheid en een teveel aan oorsmeer. Soms groeit er te veel haar tussen de voetzolen wat de hond kan hinderen in zijn bewegingen. Knip in dat geval het haar dat tussen de voetzolen uit groeit met een afgeronde schaar weg.
Opvoeding: zoals bij alle honden hoort ook het Kooikerhondje in eerste instantie consequent opgevoed te worden. Kooikers zijn intelligent en leergierig, eigenschappen die samen een gemakkelijk lerende hond opleveren. Ze zijn gevoelig voor de stem en hebben dan ook geen harde hand nodig. Toch hoort de baas van het Kooikerhondje enigszins doortastend te werk te gaan, aangezien een al te toegeeflijke baas dominante trekjes in dit ras naar boven kan halen.
Beweging: het Kooikerhondje is een echt werkhondje dat niet in de wieg is gelegd om zijn dagen op de bank of in de mand te slijten. Hij wil graag rennen en ravotten en laat zich niet veroordelen tot een gezapig leventje. De meeste Kooikers houden van zwemmen en apporteren en spelen graag.
Gebruiksmogelijkheden: in combinatie met een baas die het typische karakter van deze hond goed begrijpt en ermee kan omgaan, kan het ras het behoorlijk goed doen op gehoorzaamheidswedstrijden, flyball en behendigheid.